Vrijdag de 13e

Het is 13 januari 2017 en 5.30 uur in de ochtend. Vandaag wacht mij een rit van 212 km. Snel eet ik een bord havermout en een paar boterhammen met jam. Ik heb haast want ben iets te laat opgestaan. Ik kijk nog even naar buiten en schrik. De wegen glimmen onheilspellend en op de auto’s ligt een dunne laag sneeuw. Er valt natte sneeuw. Zal ik gaan?

Sneeuw, hagel en ijskoude regen

Om 10 uur heb ik in Apeldoorn afgesproken. Ik ben nog maar net ver­trokken en de eerste hagelbui slaat op mijn gezicht. Ik fiets schuin tegen de wind in. Gelukkig is de hagel van korte duur. Even later krijg ik een nieuwe hagelbui te verduren. Ook deze bui trekt snel weg. De eerste 20 kilometer wisselen hagelbuien elkaar af.

Even voorbij Broek in Waterland steek ik de provinciale weg over net boven Amsterdam Noord. Op het fietspad ligt een dikke laag sneeuw. Hier is nog niet gestrooid. Gelukkig is het maar een kilometer of vijf. Dan via IJburg naar Muiden, de brug over naar Flevoland waar opnieuw een dikke laag sneeuw op het fietspad op mij wacht. Dit keer zou het meer dan 25 km zo blijven. Met de rug in de wind gaat dat prima. Als ik over mijn schouder achter me naar het Westen kijk zie ik echter grote donkere grijze wolken in mijn richting komen. Dat voorspelt weinig goeds.

Almere ligt nog maar net achter me als een combinatie van sneeuw, hagel, natte sneeuw en ijskoude regen zich zonder onderbrekingen met kracht op mijn hagelnieuwe wielerjack neerstorten. Mijn handschoenen zijn binnen 10 minuten drijfnat en dus ijskoud. Als dit zo blijft dan red ik het niet. Zal ik omkeren? Mijn benen trappen onverstoorbaar door. Pas bij Putten houdt de neerslag op. Hier is wel gestrooid, maar of dat veel beter is…

Nu komt de koude douche niet uit de lucht maar van de straat. Mijn voorwiel produceert een straal van ijskoud water. Tot aan mijn knieën is alles steenkoud. Mijn handschoenen wissel ik om voor een droge set die ik gelukkig had meegenomen. Mijn handen worden heel langzaam weer warm. Mijn voeten en onderbenen zullen het nog even met het koude ijswater moeten doen. Vastberaden fiets ik door. Wel is duidelijk dat ik 10 uur niet ga halen want het is dan al 10 uur geweest.

Door de sneeuw met 28 mm bandjes

Bij Nieuw-Milligen stuurt de navigatie mij het bos in. Maar waar is het pad? Ik zie alleen een grote sneeuwvlakte en heb wel een ver­moeden waar de weg is, maar het fietspad zelf is niet te zien. Even later ontdek ik hem alsnog. Wel moet ik over meerdere omgevallen bomen klunen waardoor mijn schoenplaatjes onder het ijs zitten en ik niet ver­der kan fietsen. Dan maar stoppen, met een fietssleutel mijn schoenplaatjes ijsvrij maken en weer verder fietsen. Mijn handen zijn weer bevroren. Een paar kilometer verder moet ik nog een keer klunen, stoppen en schoen­plaatjes weer ijsvrij maken. Inmiddels schijnt wel de zon en wat is het bos met een dikke laag sneeuw mooi! Ik wilde foto’s maken, maar mijn lichaam reed door. Uiteindelijk kwam ik een uur en 15 minuten te laat op mijn afspraak.

Na meer dan 100 km in de kou, sneeuw, hagel en regen vraagt je li­chaam alle aandacht. Doorweekte sokken zo snel mogelijk uitdoen is dan belangrijker dan een gesprek over het stroomlijnen van organisaties. Samen zijn, iets eten, de stem van de ander en die van jezelf horen vol­staat, belangstelling voor het onderwerp had ik niet meer. Iets ontspant als je in je doorweekte wielerpakje tussen zakelijk geklede mannen en vrouwen zit.

In die ontspanning ontstaat automatisch een vorm van vriendschap en een eerlijkheid in de manier van zijn. Ineens zitten er twee mensen aan tafel, die allebei iets beter weten wat er wel en niet toe doet. Gesprekken gaan dan vaker over relevante onderwerpen dan ik gewend was. Na een heerlijke lunch en een fijne ontmoeting zat ik weer op de fiets terug naar huis. Was het leven maar altijd zo eenvou­dig.

Terug met windkracht 6 tegen

Toen ik weer terug naar huis ging heb ik het bos overgeslagen en ben ik omgereden. Deze dag had ik zeker 30 km door de sneeuw gereden met dunne racefiets bandjes en dat was meer dan genoeg.

Langs Paleis ‘t Loo door het bos over het fietspad terug naar Garderen en via Putten vlakbij Nijkerk de brug over naar Flevoland. Nog altijd een zonnetje aan de hemel, so far so good. Maar op de dijk in Flevoland waait het hard en ik fiets er recht tegenin. Voor het eind van de dag wordt een Wester storm voorspeld, en ik schat de wind nu op kracht 6-7. Even doorbijten dus. Nergens beschutting dus vol tegen de wind in. Bij Almere verandert het weer, een stralende hemel met wat Hollandse wolken maakt plaats voor een grijs wolkendek. Bij Muiden gaat het weer regenen, en niet een beetje ook: heftiger dan in de ochtend komt het met bakken uit de hemel. Van die smerige winterse neerslag.

Helemaal kapot

Ik breek, met nog 30 kilometer te gaan en ruim 180 kilometer in de be­nen. Ik huil. Maar mijn benen breken niet, die trappen door zoals ze de hele dag al stug doortrappen. Wat een wil zit er in die benen! Mijn emo­ties lijken wel los te staan van mijn lichaam, mijn hoofd is gebroken maar mijn lijf totaal niet, mijn lijf weet precies wat te doen: stug doortrappen naar ons warme huis waar vrouw en kinderen op mij wachten.

Ik huil en mijn lijf vecht. Vanuit een diep ontzag voor dit hele gebeuren stop ik spontaan met huilen, ik word er stil van. Nog nooit was het zo stil in mij. De regen, de auto’s die voorbij razen, de ketting die maar blijft draaien, een vliegtuig dat overvliegt, ik hoor alles. Ik ben niet meer mijn lichaam, ik heb er geen controle over, ik sta er los van. Mijn lichaam weet precies wat het doet en stopt pas als de klus geklaard is.

Het zou blijven regenen tot Edam. Helemaal kapot, ijskoud en kletsnet kom ik aan in Edam. Douchen en eten kan nog net, daarna kan ik al­leen nog languit liggen op bed. Maar lang liggen kan niet, want ik moet nog naar Volendam om een verhaal te vertellen over mijn fietsavontuur op een nieuwjaarsreceptie. Gaat dat nog lukken?

Christiaan Warger

Meer lezen? 100 km in de mist

Terugkijkend ontdekte ik deze dag de natuurkrachten waar we over beschikken waardoor ik bleef fietsen terwijl ik er mentaal en emotioneel doorheen zat. Iedere vrouw die een kind heeft gebaard kent deze krachten mogelijk ook. Deze dag was zeker geen bevalling, hooguit een kleine, maar misschien zelfs dat niet. Indrukwekkend was het evengoed. Ook leerde ik dat de slechtste dagen de mooiste zijn. Als herinnering maar zeker ook tijdens het fietsen. Je vergeet deze dagen nooit meer. En deze dag was misschien wel mijn mooiste dag op de fiets.

keyboard_arrow_up